1. Little Green Bag

    George Baker selection - Little Green Bag

    Lookin’ back on the track for a little green bag,
    Got to find just the kind or I’m losin’ my mind

    Out of sight in the night out of sight in the day,
    Lookin’ back on the track gonna do it my way.

    Out of sight in the night out of sight in the day,
    Lookin’ back on the track gonna do it my way.
    Lookin’ back

    Lookin’ for some happiness
    But there is only loneliness to find
    Jump to the left, turn to the right
    Lookin’ upstairs, lookin’ behind, yeah!

    Lookin’ for some happiness
    But there is only loneliness to find
    Jump to the left, turn to the right
    Lookin’ upstairs, lookin’ behind.

    Lookin’ back on the track for a little green bag,
    Got to find just the kind or I’m losin’ my mind

    Out of sight in the night out of sight in the day,
    Lookin’ back on the track gonna do it my way.

    Lookin’ back on the track for a little little green bag,
    Got to find just the kind or I’m losin’ my mind,
    Alright.

    Lookin’ for some happiness
    But there is only loneliness to find
    Jump to the left, turn to the right
    Lookin’ upstairs, lookin’ behind.

    Pa pa pa pa pa pa ….

  2. Herman van Veen - Wie heeft de zon uit jouw gezicht gehaald?

    Wie heeft de zon uit jouw gezicht gehaald
    Wie heeft het licht in jou gedoofd
    Wie heeft je rooie wangen bleek gemaakt
    Wie joeg de dromen uit je hoofd
    Wie brak jouw kleine hart
    Kleurde je ogen zwart
    Wie is niet nagekomen wat hij heeft beloofd?

    Wie heeft het lachen in jouw keel gesmoord
    Heeft je vuisten zo gebald
    Wie heeft dat onbevangen kind vermoord
    Dat altijd opstaat als het valt
    Wie boog jouw rechte rug
    Trapte je speelgoed stuk
    Wie brak jouw vleugels in de vreugde van hun vlucht?

    Wie is er zo aan jou voorbijgegaan
    Wie verraadt hier jouw geloof
    Wie hield zich voor het kraaien van de haan
    Na de derde keer nog doof
    Wie is het die vergat
    Dat jij de toekomst had
    Wie heeft jou net als ik te weinig lief gehad?

    Wie heeft jou net als ik te weinig lief gehad?

  3. Sara Kroos - Zo Zoet

    Het schilderij verbloemt de barst in de muur
    Het kleed ligt zwaar op het stof
    Er wordt gedanst op het gif in de grond
    en de slaapkamer, is op slot
    Sluit de gordijnen voor de nacht
    en sluit de ogen
    Achter de voordeur wordt gevochten in stilte
    Voor de vrienden, de gulle lach, tot het gedag
    dan wacht het koude bed, het lichaam afgewend

    De koningin doet haar valse wimpers af,
    haar tanden in een glas veegt de verf van haar lach
    En in de spiegel staat de heks
    met al haar maskers af

    Onder de tafel van het grote diner
    vreet het beest de resten op
    En in de kelder schrobt de wasvrouw vergeefs
    het bloed uit de smetteloze stof

    Laat de toren vallen op de stad,
    schraap het bladgoud van de muren
    Daag de koning uit tot de haat breekt door zijn lach
    scheur zijn mantel af, de mantel der liefde af

    En als er niets meer over is, staan jij en ik
    naakt tegenover elkaar
    dus dit is jouw gezicht, jouw mooie gezicht
    jij raakt het mijne aan

    Zoet, zo zoet, zo zoet, zo zoet
    Dat het pijn doet
    Zoet, zo zoet, zo zoet, zo zoet
    Dat het pijn doet
    Zoet, zo zoet, zo zoet, zo zoet
    Dat het pijn doet
    Zoet zo zoet zo zoet

  4. Daar zijn woorden voor.

    Een brief 


    Ik ben nog iets vergeten 
    ik denk niet dat je dat weet of gelooft
    maar als je bij mij binnenkomt 
    noem mij maar een huis
    dan woon ik heel erg achteraf
    ik weet zelf niet precies waar
    het licht is eeuwig kapot
    je moet een paar trappen op, enkele hoeken om 
    en twee treden af.
    Het raam ziet uit op een binnenplaats 
    waar mijn moeder meestal in de weer is 
    met iets, 
    en als zij er niet is komt zij er net aan, 
    zij tikt bescheiden op het raam. 
    Het bed kraakt ontzagwekkend 
    en houdt de buren wakker. 
    Zelfs als je me vinden kunt 
    wat zelden iemand lukt 
    dan nog ben ik meestal niet thuis 
    en zul je moeten afwachten 
    of ik net die keer niet voorgoed vertrokken ben 
    wat onlangs is gebeurd. 
    Als je desondanks toch bij mij wilt zijn 
    wat ik niet kan geloven 
    en ik ben thuis 
    dan zit ik in die kamer in een hoek onder een tafel 
    met een laag afhangend kleed 
    waar je me nooit zult kunnen vinden 
    als je dit niet leest. 


    (Credits: Toon Tellegen)

  5. Het ei

    Je was op weg naar huis toen je stierf.

    Het was een auto-ongeluk. Niets bijzonders, niets opmerkelijks, maar desalniettemin fataal. Je laat je vrouw en twee kinderen achter. Het was een pijnloze dood. De ambulancebroeders hebben hun best gedaan om je te redden, maar zonder resultaat. Je lichaam was zo ontzettend gehavend dat het maar beter is dat je bent overleden, geloof me.

    En toen, toen ontmoette je mij.

    “Wat…. wat is er gebeurd?” vroeg je. “Waar ben ik?”

    Je bent dood, zei ik onomwonden. Het heeft geen zin om dit nieuws te verzachten.

    “Er was een… een auto en hij zat plotseling op mijn baan…”

    Ja, zeg ik.

    “Ik… ben ik dood?”

    “Ja. Maar wees niet verdrietig, iedereen sterft,” zei ik.

    Je keek om je heen. Er was helemaal niets, alleen een hele grote leegte. Alleen jij en ik. “Waar ben ik, wat is dit voor plaats? Is dit nu het hiernamaals?” vroeg je.

    “Zo ongeveer” antwoord ik.

    “Ben jij dan God” vroeg je me.

    “Ja” zeg ik, “ik ben God”.

    “Mijn vrouw….. mijn kinderen…” zeg je

    “Hoe zit het met hun?”

    “Komt alles goed met ze?” 

    “Dit hoor ik graag” antwoord ik. “Je bent net gestorven en je grootste zorg is je gezin. Dat is goed”.

    Je kijkt me gefascineerd aan. Voor jou lijk ik helemaal niet op God. Ik lijk op een normale man. Of vrouw misschien. Een vaag, autoritair figuur stel ik me zo voor. Misschien meer een verstofte leraar dan de Almachtige.

    “Maak je geen zorgen” zei ik. “Alles komt in orde. Je kinderen zijn te jong om zich je slechte kanten te herinneren, ze zullen je altijd als de perfecte vader blijven zien. Je vrouw huilt aan de buitenkant, maar van binnen is ze opgelucht. Om eerlijk te zijn, je huwelijk ging de verkeerde kant op. Misschien dat het je goed doet om te weten dat ze zich wel ontzettend schuldig voelt om haar opluchting”.

    “Oké” zeg je. “Wat gebeurt er nu? Ga ik naar de hemel of de hel of zoiets?

    “Geen van beiden” zei ik. “Je zal worden gereïncarneerd

    “Aha” zei je. “Dus de hindoes hadden toch gelijk”

    “Alle religies hebben gelijk op hun eigen manier” reageerde ik. “Loop met me mee”

    Je volgt me terwijl we doorlopen in de leegte. “Waar gaan we heen?”

    “Nergens in het bijzonder” antwoord ik. “Het is gewoon fijn om tijdens het praten wat te wandelen”

    “Dus, wat is het hele punt hier van?” vraag je. “Als ik opnieuw geboren wordt, dan ben ik dit allemaal vergeten toch? Als een baby. Dus al mijn ervaringen en alles wat ik in dit leven gedaan hebt doet er niets toe.”

    “Niet helemaal!” reageer ik. “Diep in je heb je alle kennis en ervaringen van al je vorige levens. Je herinnert ze je nu alleen niet”.

    Ik stop met wandelen en pak je bij je schouder. “Je ziel is meer magnifiek, prachtig en gigantisch dan jij je ooit voor kunt stellen. Het menselijk brein kan maar een fractie van wat jij bent vasthouden. Het is als je vinger in een glas water steken om te voelen of het warm of koud is. Je stopt dit kleine stukje van jou in een glas, en wanneer je hem eruit haalt, krijg je al je ervaringen terug”

    “Je bevindt je in een menselijke vorm voor 48 jaar, je hebt nog lang geen gebruik kunnen maken van je immense bewustzijn. Als we hier maar lang genoeg zouden blijven zou je het jezelf herinneren. Maar het heeft geen zin om dat tussen elk leven in te doen.”

    “Hoe vaak ben ik gereïncarneerd dan?”

    “Talloze keren. En in een hoop verschillende levens” antwoord ik. “Deze keer zal je een arm Chinees meisje zijn in 540 voor Christus”.

    “Wacht, wat?” stamel je. “Je stuurt me terug in de tijd?!”

    “Techisch gezien wel. Tijd, zoals jij dat kent, bestaat alleen in jouw universum. Dingen werken heel anders daar waar ik vandaan kom.”

    “Waar kom je vandaan dan?” vraag je.

    “Ach ja” leg ik uit. “Ik kom ergens vandaan. Ergens anders. En er zijn er meer zoals ik. Ik weet dat je wilt weten hoe het daar is, maar eerlijk waar, je zou het niet begrijpen”

    “Oh,” reageer je teleurgesteld. “Maar wacht. Als ik geïncarneerd wordt naar andere plekken in de tijd, zou ik dan op een gegeven moment niet mijzelf tegenkomen?”

    “Natuurlijk. Dat gebeurd zo vaak. En in beide levens ben je je alleen bewust van je eigen leven, je zal je er niet bewust van zijn dat dit gebeurd”.

    “Dus? Wat is het punt van dit alles dan?”

    “Serieus?” vraag ik. “Meen je dit? Je vraagt mij wat het punt van dit alles is? Dat is een behoorlijk stereotype wat je daar neerzet.

    “Ik vind het een redelijke vraag,” houd je vol.

    Ik kijk je in je ogen. “Het punt van dit alles, de reden dat ik jou en dit hele universum gemaakt heb, is voor jou om te groeien”.

    “Je bedoeld het mensenras? Je wilt dat wij groeien?”

    “Nee, alleen jij. Ik heb dit hele universum voor jou geschapen. Met elk nieuw leven zal je groeien en volwassen worden, met een groter intellect”

    “Alleen ik? En alle anderen dan?”

    “Er is niemand anders,” reageer ik. “In dit universum zijn het alleen ons twee, jij en ik”

    Je staart me met een lege blik aan. “Maar alle mensen op aarde…”

    “Allemaal jij. Verschillende reïncarnaties van jou”

    “Wacht, ik ben iedereen?!”

    “Nu begin je het te begrijpen,” zeg ik, en ik geef je een klopje op je schouder.

    “Ik ben elk mens dat ooit geleefd heeft?”

    “Of die ooit zal leven, ja”

    “Ik ben Abraham Lincoln?”

    “Ja, en je bent John Wilkes Booth, zijn moordenaar, ook” voegde ik toe.

    “Ik ben Hitler?” vroeg je met afkeer.

    “Ja, en de miljoenen die hij vermoord heeft”

    “Ik ben Jezus?”
     
    “En iedereen die ooit zijn volgeling is geweest”

    Je valt stil.

    “Elke keer dat jij iemand kwaad aandeed, deed je in feite jezelf kwaad. Elk gebaar dat je naar iemand anders hebt gemaakt, heb je naar jezelf gemaakt. Elk vrolijk moment, elk verdrietig moment dat ooit door een mens is beleefd, of beleefd zal worden, wordt door jou ervaren”. 

    Je dacht lang na.

    “Waarom?” vraag je me. “Waarom doe je dit allemaal?”

    “Omdat, op een dag, jij net zoals ik zal zijn. Want dat is wat je bent. Je bent hetzelfde als ik. Je bent mijn kind”

    “Wow,” zei je vol verbazing. “Dus ik ben een God?”

    “Nee. Nog niet. Je bent een foetus. Je groeit nog. Zodra je elk leven geleefd hebt in al die tijd, zal je genoeg gegroeid zijn om geboren te kunnen worden”

    “Dus… het hele heelal… het is alleen maar..” zeg je.

    “Een ei” antwoord ik. “En nu is het tijd om door te gaan met je volgende leven”.

    En ik stuurde je weg.

    (Credits: JstnBokor

    *zelf vertaald)

About me

Ik ben 'Virtuosa'. Naam komt jammer genoeg uit een spel, ik ben nergens virtuoos mee.

Soms lees je wel eens iets dat je denkt; dat heeft wel wat. En zie hier, een blog is geboren.

Likes